Dubben met de diaconie

De diaconie is al een tijdje een zorgenkindje. O jawel, het is populair! Iedereen is ervan overtuigd dat de Kerk hier een belangrijke rol moet spelen. Maar waar? Voor wie? Met wie? Je hoort het ook in het maatschappelijk veld: we willen wat voor de eenzamen doen, maar we kunnen ze niet vinden… De laatste jaren werd het in de parochie steeds duidelijker dat de traditionele bezoekgroepen hun langste tijd gehad hadden want door de privacy-wetten op allerlei terreinen komen we niet aan namen. Mensen melden zich niet zelf, en door de voortschrijdende leeftijd waren er steeds minder dames (waar zijn toch de heren?!) die deze taak nog op zich konden nemen. En dan heb je het bekende moderne probleem dat men zich niet wil binden en dat men het zo druk heeft. Wat moet je dan doen met de diaconie in de parochie??? Tot nu toe konden we alleen bedenken wat we nog meer wilden gaan doen en je voelt tegelijk dan de onmacht toenemen, want wie gaat het doen.
Vorige week zijn we met een paar mensen bij elkaar gaan zitten om toch een koers te kunnen gaan uitzetten voor dit belangrijke werkveld in de parochie. Je zoekt een paar verstandige mensen bijeen en hoopt dat er resultaat komt. De hoop werd bewaarheid! Echt, het was een goede vergadering. Al pratend en discussiërend kwam de vraag naar voren ‘Wat maakt ons diaconaal werken anders dan anderen?’ Wat moet of mag het verschil zijn? Maar ook: hoe kunnen we iets doen met weinig vrijwilligers? En tenslotte: hoe blijft het voor vrijwilligers laagdrempelig en te doen?
De inspiratie van paus Franciscus hielp ons op weg. Hij spreekt over het liefhebben van de armen. Dat heeft immers nu ook precies Jezus gedaan. Ja, inderdaad. Wij zijn niet de zoveelste club die problemen probeert op te lossen. Dat kunnen we niet! We kunnen wel de arme (in welke zin dan ook) beminnen, bezoeken, een plaats geven in onze gemeenschap, waarderen en achten. Zit daar niet het verschil met vele andere maatschappelijke hulporganisaties? We lossen de armoede, de eenzaamheid, de rouwverwerking, de ziekte niet op, maar we kunnen wel die mens lief hebben. Goed, ik geef toe, dat is voor goed gesettelde burgers en ook nette christenen van deze tijd niet altijd gemakkelijk. Toch moeten we dat proberen. Hoe we het gaan stimuleren of organiseren weten we nog niet, maar dit moet het worden.
Maar ook kwam er nog een fantastisch idee op tafel: samen ontbijten voor wie normaal alleen ontbijten! En je zult zien dat na enige tijd de mensen die er naartoe komen ook zorg voor elkaar beginnen te hebben. Je creëert een soort platform waarin diaconie gaat gebeuren. Zo los je iets op voor het probleem van weinig vrijwilligers. Zeg maar indirecte diaconie.
Het was een vruchtbare avond. Met de discussie kwamen de bouwstenen voor een koersbepaling als vanzelf op tafel. Nu mensen meekrijgen, maar ik denk dat dit toch wel gaat lukken. Spreken met liefde, handelen met liefde… dat hoeft niet ingewikkeld te zijn, maar gewoon een kwestie van doen.

Nieuwe Heilige!

De drukte bij het Sint Pietersplein was overweldigend. Grote groepen stonden te wachten om toegelaten te worden voor de controle om het plein op te mogen gaan. Het ging al richting half negen en je kon je nauwelijks voorstellen dat iedereen om 10.00 uur kant en klaar zou zitten voor de grote viering. Maar dat denkt iemand die niet het organisatietalent van Italianen kent. Je moet meteen toegeven: dit is in Italië een heel ander talent dan in Nederland. Maar Italianen zijn in staat in de chaos te blijven sturen en op het einde blijkt alles op zijn pootjes te zijn terechtgekomen. Ook vanmorgen was het weer zo. Vóór 10 uur zat iedereen klaar en ook voor elke concelebrant was een plaatsje gevonden met dank aan de suppoosten die rustig blijven doorzoeken naar de lege plaatsen. En dus begon als punctueel en volgens schema.

En er volgde een mooie viering. Zeven zaligen werden heiligverklaard: 1 paus, 1 bisschop, 2 priesters, 2 zusters, 1 leek. Dat is geen gering aantal en een grootse gebeurtenis. Maar de viering bleef zeer aangenaam in zijn eenvoud, een mooie mix tussen koorzang en volkszang, nooit langdradig wel waardig. Men wijdde niet onnodig uit bij de levensbeschrijvingen en de gebeden bleven to the point. De paus – wat moe zo te horen in zijn stem – leefde op bij de preek die heel duidelijk dichtbij het evangelie bleef en bij de mens en nooit een loftrompet werd op de nieuwe heiligen. In alles een zeer aangename stemmige viering.

En dus is ‘onze’ Katharina Maria Kasper voortaan heilig. Vooral de zusters genieten en zijn trots. Ze nemen elk moment vol vreugde op, al voel je ergens dat Rome, de drukte en de chaos, niet hun wereld is. Maar heel even in dit centrum van de wereldkerk staan is toch bijzonder en vooral als het om ‘jouw’ club gaat. Het is een erkenning van de wereldkerk voor hun inzet, hun inbreng, hun charisma. Op zulke momenten denk je ook dat er wel wat meer waardering mag zijn vanuit de samenleving en de maatschappij dat zoveel vrouwen hun leven geven voor deze liefde voor de medemens en dat met liefde voor God. We vergeten soms hoe belangrijk en cruciaal dat is voor onze samenleving. Maar vandaag is die waardering er wel en de hulpbisschop en onze gouverneur waren er ook nog om deze waardering te onderstrepen. Na de viering was er een korte ontmoeting met de zusters. Ja, gewoon op straat in de drukke Borgo Pio, maar toch! Fijn dat dit ook even tussen alle bedrijven door er mocht zijn. En daarna samen met de zusters eten. Je moet zo’n heiligverklaring nu eenmaal ook goed eren met een goede maaltijd. Proost, lange leve onze nieuwe heilige!

Pastoor Harry Quaedvlieg

Jongerensynode

“Een geloof dat ons niet in een crisis brengt, is zelf een geloof in crisis; een geloof dat ons niet groeien doet, is een geloof dat zelf groeien moet; een geloof dat geen vragen stelt, is een geloof waar wij vragen over moet stellen; een geloof dat ons geen beleving geeft, moet zelf tot beleving komen; een geloof dat ons niet door elkaar schudt, is een geloof dat zelf door elkaar geschud moet worden.” Dit citaat is opgenomen in het werkdocument voor de jongerensynode. Het is een interessante zin. Kenmerkend ook voor het idealisme van jongeren. Waar ouderen nog weleens het heilig vuur lijken te verliezen, doelen en idealen aanpassen aan de mogelijkheden en onmogelijkheden van het leven, zijn jongeren niet zo snel tevreden met middelmaat. Dit heilig vuur in jongeren maakt hen ook juist zo bewonderenswaardig. Je moet er toch niet aan denken dat je jonge mensen van 20 tegenkomt en waar het heilig vuur al gedoofd is, die zich tevreden stellen met de mislukkingen van de wereld, het leven en de samenleving! Zo’n heilig vuur is ook het geloof. Hoe triest als dat niet meer zou uitdagen, ons tot het uiterste wil bevragen, ons tot grotere daden wil brengen…
Het citaat is van paus Franciscus van afgelopen Kerstmis. Blijkbaar spreekt het jongeren aan en hebben zij ervoor gekozen om dit op te nemen in het werkdocument. Het beschrijft hun geloof en hun zoektocht naar echt levensgeluk. Niet onze zonden en mislukkingen zijn de norm, maar onze idealen. Met deze keuze houden de jongeren de hele Kerk een spiegel voor. Wat voor een geloof zoek je? Een makkelijk geloof of een uitdagend geloof? Een tandeloos geloof of een inspirerend geloof? Een geloof om over te praten of een geloof dat in daden omgezet wordt. Ja, dat geloof zal ons wel van tijd tot tijd in crisis brengen. Ja, zo’n geloof kan ons en onze denkbeelden af en toe goed door elkaar schudden. Inderdaad zou zulk een geloof vaker kritische vragen kunnen stellen aan ons doen en laten, ons spreken en ons zwijgen. Maar het is wel een geloof dat leeft en niet op de laatste plaats: dat is het geloof van Jezus Christus. Want wie in het evangelie leest, ziet niets anders.

Hoe moeten we Sinterklaas vieren?

Sinterklaas is net aangekomen in Lindenheuvel, bij mij voor op het plein. Alle Pieten zijn zwart. Tja, wij zitten in de regio, in de provincie. Daar zijn de Pieten nog zwart. En daar zit ik dus op te letten. Bij elk optreden van Sinterklaas kijk ik of de Pieten zwart zijn of niet. Is dat nog Sinterklaas vieren vraag ik me af. Ik heb nooit moeite gehad met zwarte Pieten en dat heb ik nog niet. Ik heb me nooit een racist of zoiets gevoeld. En nog steeds niet. Zwarte Piet zal wel veranderen, maar soms moet ook het harmoniemodel zijn werk doen. Dat Sinterklaasbestand vind ik wel goed. Anders kun je het feest het feest niet meer laten zijn.
Maar hoe zit dat met andere feesten. Moeten we daar ook gaan protesteren omdat bepaalde historische gegevens daar in zitten? Gaan we straks de carnavalsoptocht blokkeren omdat de raad van 11 alleen uit mannen mag bestaan??? Gaan we een feest van moslims of joden verstoren, demonstreren voor het gebedshuis, omdat ze ritueel slachten?? En zo zou je op heel wat feesten aanmerkingen kunnen maken…
Eerlijk gezegd denk ik dat we soms ons meer zorgen moeten maken over de inhoudsloosheid van sommige van onze feesten. Want je kunt zeggen wat je wil, maar bij feesten als carnaval en Sinterklaas weten we goed wat we vieren. Daar hebben we een innerlijk gevoel bij en dat klopt grotendeels met de buitenkant zoals we dat vorm geven. Maar zeg eens eerlijk… Kerstmis!! Voelen we daar innerlijk nog iets bij wat te maken heeft met het Kerstfeest, met wie wij zijn of willen zijn? Er is veel uiterlijkheid, veel glans en glitter en gelukkig doen we ook nog een beetje aan naastenliefde. Toch heb ik het gevoel dat we de inhoud van dit feest voor een groot gedeelte verloren hebben. Want ook wie nog het verhaal van het kindje in de kribbe nog kent, weet niet altijd meer waarom dit verhaal ons gegeven is.
Nog een ander voorbeeld! Eerste communie! Ook daar heb ik sterk het gevoel dat we niet meer weten waarom dit een belangrijk feest moet zijn voor onze kinderen. Ik ga het denk ik de ouders van de communicanten dit jaar vragen op de ouderavond. Het wordt groots gevierd. En daar ben ik niet op tegen. Maar ook hier lijkt de wezenlijke band tussen innerlijke reden en uiterlijk vertoon vervluchtigd.
Misschien zegt u nu: pastoor, wat een boze column. Ach ja, niet zo bedoeld, misschien wel waar. Maar het is mijn oproep tot bezinning. Er is een urgentie om ons te bezinnen op waarom en hoe wij feesten vieren. Het Sinterklaasfeest, ja daar heeft onze samenleving bezinning nodig. Hopelijk verloopt deze respectvol. Maar bij sommige andere feesten is deze urgentie tot bezinning niet minder. Misschien stof tot discussie en gesprek bij het kerstdiner?! Verbindt er dan ook consequenties aan.

kerkproeverij

Het wordt spannend. Hoeveel ‘gasten’ zullen er komen. De afgelopen weken hebben we veel reclame gemaakt voor onze kerkproeverij. Op het einde van elke mis heb ik er iets over gezegd. Telkens iets anders. En ook vaker na de mis, was er kort een een gesprekje. Er is wel een positieve houding te bemerken. Parochianen vragen om nog een uitnodigingskaart of vragen waar ze de kaart moeten inleveren. (Dat laatste trouwens niet doen, de kaart is voor de genodigde!) Ik weet het niet beter te omschrijven dan dat de parochies eraan toe zijn om zo’n actie te ondernemen.
Dat geeft mij een groot gevoel van blijdschap of tevredenheid van binnen. Begin dit jaar waren het ook parochianen die mij attent maakte op dit landelijk initiatief en ook de suggestie gaven ‘Waarom doen wij daar niet aan mee?’ Maar lang hoefde ik daar niet over na te denken. Een parochie die in de toekomstgesprekken aangeeft naar buiten te willen treden, gastvrij te willen zijn, uitstraling te willen hebben, kan toch niet nee zeggen. Het was vervolgens ook niet moeilijk om enkele mensen te vinden die de actie wilden gaan uitwerken en dragen. Dat plan van hen voeren wij nu uit. En een tijdje terug keek ik eens op de website om te zien welke kerken allemaal meedoen. Opvallend rustig is het dan in de katholieke kerk in Limburg. Ook nu – vandaag nog eens gecheckt – is er nog relatief weinig activiteit. Maar Geleen doet mee en spant zich in om er iets van te maken. Ja, ik ben zelfs een beetje trots.
Eén minpuntje: dat betreft mij zelf! In het bewuste weekend ben ik er zelf niet bij. Ik moet helaas naar Lourdes. Zo zou ik normaal een bedevaart naar Lourdes nooit omschrijven, maar dit jaar wel. Ik kan niet meemaken wat het weekend zal brengen. Komen er veel? Ach, de oogst is altijd iets van de Heer zelf. Maar de inspanningen die wij ervoor gedaan hebben, zullen zich altijd op een of andere manier uitbetalen, links of rechtsom. En één ding beloof ik: in Lourdes ga ik preken over de kerkproeverij.

Kerken in de vakantie

De vakantie is altijd een gelegenheid om kerken te bezoeken. Wie doet het niet! De gebouwen ademen geschiedenis en de ziel van een volk of een stad of een dorp. Niks mooiers om even die wereld binnen te stappen. Velen steken zo ook wel eens een kaarsje op. Heel eerlijk: zo’n grote kaarsen stoker ben ik niet. En als ik een kaars opsteek is dat vaak ‘in opdracht’. Maar dit jaar heb ik het wel gedaan! Een mooie grote kaars in een eenvoudige maar mooie oude kerk in Clermont-Ferrand. De pelgrims van Santiago kwamen daar de stad binnen, het was hun kleine mini-bedevaartje op de grote bedevaat naar Compostella. Met die pelgrims van eeuwen voelde ik me wel verbonden en biddend dat mijn weg met God een mooie en zinvolle mag zijn, werd een kaars opgestoken bij Maria in de crypte.
En in Clermont-Ferrand was natuurlijk de grote imposante kathedraal te bezoeken. Een wat donkere kerk opgetrokken uit de plaatselijke donkere vulkanische steen. De ontelbare glas-in-lood-ramen kwamen nog meer tot hun recht. Die waren werkelijk indrukwekkend, zowel de oude als de nieuwe.
Maar kerken in de vakantie is niet compleet zonder een zondagse mis ergens ter plaatse. Niets mooiers dan de lokale Kerk binnenstappen en zien hoe zij hun zondag en hun zondagse mis beleven. Met mijn collega’s waren we neergestreken in Châteaumeillant. Twee besloten te concelebreren, twee gingen gewoon in de bank zitten. Het koortje wat volkszangliederen zong was nog aan het repeteren en de kleine banken in het middenschip vulden zich goed met een zeer gemêleerd gezelschap van jong en oud. Ook de nodige jonge gezinnen zaterdag er. Om precies 11.15 uur begon de viering en meteen viel me die Franse volkszang op die zo makkelijk is mee te zingen met toch hele mooie toepasselijke teksten en melodieën. De Franse Kerk is daar altijd sterk in. Meneer pastoor kwam binnen – een wat oudere man – geflankeerd met enkele misdienaars. Ze hadden het postuur van uitsmijters bij de discotheek en even later bleek ook wel dat zij zich als zodanig over het priesterkoor bewogen: doeltreffend maar nou niet meteen met een waardig pas en houding. Trouw voerden ze uit wat de pastoor hen commandeerde. De bodyguards van pastoor! De mis bleek in dit conservatieve deel van Frankrijk van de ene kant keurig de liturgie van de huidige tijd te volgen, maar was tegelijkertijd doorspekt met rituelen en devotie uit de oude tijd. In alles was de hand van de pastoor duidelijk aanwezig, mijn collega’s kwamen er ook verder niet aan te pas. Een zeer, zeer langzame en vrome consecratie, de meisjesmisdienaars die niet op het eigenlijke priesterkoor mochten komen: het was bijzonder om mee te maken. En tot mijn verbazing kwamen na de communie ineens allerlei kinderen uit de kerk naar het priesterkoor en kwamen rond meneer pastoor zitten. die had zich ondertussen al de gitaar omgedaan en begon een liedje te zingen. Liedje afgelopen, kinderen gingen meteen weer terug. Was dat nu voor de kinderen of moest pastoor laten zien dat hij gitaar kon spelen?? Ik weet het niet. Toch vind ik zulke ervaringen altijd goed om weer mee te maken. Je moet je eigen kerk altijd relativeren door te kijken hoe anderen en andere priester hun geloof en hun liturgie beleven. Want al kijken wij er misschien met enige verbazing naar, de gemeenschap daar leek wel erg in zijn sas te zijn met deze pastoor.
Kerken in de vakantie! Het gaat dan niet alleen om de kerkgebouwen maar ook en vooral om de ontmoeting met de kerkgemeenschap aldaar. Je voelt ook op een concrete manier dat je tot een wereldkerk behoort, want je merkt ook: je bent van harte welkom en men is blij met je bezoek.

Verborgen pareltje

De drukke dagen van Pasen liggen weer achter ons. Liturgisch, kerkelijk en spiritueel is het paastriduüm het absolute hoogtepunt van het jaar. Donderdagavond begint het met het Laatste Avondmaal en de voetwassing; vrijdag gaat het verder met het passieverhaal en de kruishulde; zaterdag komt de climax met de lichtviering, de wake, de hernieuwing van het doopsel en de eucharistie. Niet iedereen is een liefhebber. Ofschoon de meest bijzondere vieringen in het jaar, zijn ze niet het meest bezocht. Ze duren ook allemaal net wat langer en blijkbaar moet je een beetje liefhebber zijn of een zekere overtuiging om deze vieringen te kunnen waarderen. Maar wie komt – en dat is uiteindelijk best een aardige groep – is er zeer blij mee.
Maar voordat dit hoogtepunt van het liturgisch jaar gaat beginnen is er nog één andere bijzondere eucharistieviering, nog meer verborgen, nog meer onbekend: de chrismamis. Als de veertigdagentijd erop zit en iedereen klaar is voor het grote paasfeest, komt men bij elkaar in de kathedraal van Roermond om samen met de bisschop de chrismamis te vieren. Dus in het hele bisdom is er op dat moment maar één mis. Zoveel mogelijk priesters gaan er naar toe, maar ook veel andere belangstellenden en met name kerkbestuursleden en mensen die zich op bijzondere wijze pastoraal in de parochies inzetten. De kathedraal is dus wel vol. In ons bisdom is het op de woensdagavond in de Goede Week. Op andere plaatsen doet men het vaak op Witte Donderdag ’s morgens. Maar hoe dan ook: ‘het hele bisdom’ komt bij elkaar.
De bisschop wijdt de nieuwe oliën die dat jaar zullen worden gebruikt: de ziekenolie, de geloofsleerlingenolie en de belangrijkste het heilig chrisma (vandaar de naam). Maar de priesters vernieuwen tevens ten overstaan van de bisschop hun beloften van de priesterwijding. Zoals wij als gelovigen in de paasnacht onze doopbeloften hernieuwen, zo dus de priesters voorafgaand aan de belangrijkste liturgische viering die ze dit jaar zullen vieren. Een mooi moment. Reden waarom men achteraf elkaar feliciteert.
Ook dit jaar waren er weer heel wat priesters in de kathedraal. Het was ook de laatste keer met mgr. Wiertz als onze bisschop. Maar er waren ook heel wat parochianen uit Geleen. Ik wist niet precies hoeveel maar mijn schatting toen ik in de kathedraal rondkeek was dat er toch zeker wel een vijftien er waren. Na afloop halen zij ook de oliën af om ze mee te nemen naar hun eigen parochie. Toen na afloop een collega-priester zei dat hij snel wilde aansluiten in de rij om die oliën af te halen, kon ik enigszins trots melden dat ‘wij in Geleen’, dat de parochianen zelf dit afhalen voor hun parochie. Zo, zei hij, zijn er een paar meegekomen? Ja, kon ik weer trots melden, zeker wel een vijftien, schat ik zo. Dat is wel veel, was het antwoord. Weer boven in de kerk, sprak ik een van de parochianen. Die had toevallig geteld hoeveel er uit Geleen meegekomen waren: vijfentwintig. Ik kon het toen niet nalaten om naar mijn collega toe te stappen en te zeggen: geen vijftien maar vijfentwintig.
Ik was zelf wel verbaasd over zo’n respectabel aantal. Er is geen echte reclame voor gemaakt. Maar het blijkt dat ieder die zo eens een jaar meemaakt, graag terugkomt bij deze heel aparte viering. Er zijn in Geleen heel wat gelovigen die daar dus ‘gevoel’ voor hebben. Dat verheugt mij. En toen twee dagen later een andere parochiaan zei dat hij niet wist dat hij daar naar toe kon – “Kunnen ook gewone mensen naar die viering?”… Natuurlijk, een verborgen pareltje, maar wie deze wil ontdekken moet dat zeker eens doen!

Aswoensdag

De veertigdagentijd is gestart. Zoals velen misschien naar de carnaval uitkijken, zo kijken we in de kerk uit naar de vastentijd. Een exercitie naar Pasen toe. Een mooie tijd van diepgang, bewustwording, bekering en terugkeer. En het start op aswoensdag.
Er is iets merkwaardigs met aswoensdag in ons hoofd. Dat askruisje heeft op een voor mij onverklaarbare wijze toch iets aantrekkelijks. Zeg nu eerlijk: wat is er nu zo mooi aan om je te laten betekenen met deze smurrie van as en water? Het zegt dat je een zondaar bent! een boeteling! Dat je sterfelijk bent! Een klein nietig wezen in het grote universum! Dat zijn bepaald niet de ideeën waar we in deze tijd van in vervoering raken. Toch zijn de kerken best aardig gevuld. Na alle carnavalsdrukte was de ochtendmis in Oud-Geleen redelijk bezet. Het ging richting een zondagsviering. ’s Avonds in Lutterade puilde de dagkapel uit, sommigen stonden buiten. En in Lindenheuvel weten we al jaren dat de kerk goed bezet is en dat we daar ook de aswoensdagviering niet te snel moeten opgeven. En tussendoor op die dag hebben we alle verzorgingshuizen gehad en een viering voor de communicanten waar ondanks de vakantie bijna de helft komt opdagen. Nee, over de belangstelling op aswoensdag hebben we geen klagen.
Als ik dat vergelijk met andere bijzondere dagen door de week! Voor de viering van Allerheiligen door de week krijg ik geen dagkapel van Lutterade vol… voor heel Geleen! Witte Donderdag en zelfs Goede Vrijdag ’s avonds… zeer matig bezet. Maria ten hemel opneming? Echt niet zoveel! Hemelvaart? Dan denk ik altijd dat iedereen op vakantie is of wandelen. Op al die dagen is 1 viering voor heel Geleen ruim genoeg. Maar op aswoensdag zijn drie viering geen overbodige luxe!
Wat mooi! Alhoewel ik het niet kan verklaren, is het een mooi teken dat vastentijd, bezinning, bekering blijkbaar iets zijn wat wij nodig hebben. En we durven dat ook te erkennen. Misschien wordt hier iets heel diep menselijks geraakt. Want ook in onze samenleving zie je dat vormen van vastentijd en bedieningstijd steeds populairder worden in allerlei vormen. Nee, niet religieus of christelijk. Het zijn vooral exercities om ‘jezelf te vinden’. Interessant. Ofschoon wij in onze christelijke traditie dit niet zullen ontkennen is de insteek die wij nu juist zoeken om ‘de ander/Ander te vinden’! O ja, dat vind je ook jezelf, dat weten we maar al te goed. Je komt jezelf zelfs tegen! Maar is het juist niet een weldaad om de ander/Ander eens te vinden met nieuwe ogen.
Ik ben benieuwd hoe ook de komende jaren ons omgaan met aswoensdag en vastentijd zich zal ontwikkelen. Wordt het echt de herontdekking van een oude traditie of zal blijken dat het alleen folklore of nostalgie is? Laten we hopen het laatste. De tekens daarvoor zijn positief!

Kerstmis met de misdienaars

Ieder jaar is het vaste prik! Na de drukke dagen van Kerstmis gooit het pastoraal team zich in de bocht om een mooie middag en avond voor de misdienaars te organiseren. Dit jaar op derde kerstdag 27 december. Misdienaars die al wat langer meegaan kennen het globale programma wel: een activiteit (het liefst met een thematiek van Kerstmis), een heilige Mis, samen eten en film kijken. De traditie is begonnen toen ik het eerste of tweede jaar in Lindenheuvel was. Met de tijd groeide het aantal parochies, maar gelukkig kunnen niet alle misdienaars op zo’n dag. De pastorie zou te klein zijn. En altijd weer wat nieuws bedenken.
Wat ebben we dit jaar gedaan? De groep werd in vijven gesplitst: kamelen, ezeltjes, ossen, schapen en herdershonden! Zo ingedeeld dat elke groep in één auto past. Toen naar de zusters aan de Molenstraat. Het paste net allemaal in de kapel. Samen met de zusters de mis vieren. Een enkele zuster zat zelfs in het gangetje naar de kapel toe! Maar even de zusters voorstellen en toen samen zingen, bidden… Dat was mooi. En de lieve zusters hadden voor na de mis al iets klaargezet voor de misdienaars. Nog sabbelend op een chocolaatje werd het spel uitgelegd. Een kerstverhaal was in zes stukken geknipt, in een envelop gedaan en de enveloppen waren door heel Geleen op verborgen plekken neergelegd. Bij de Hema, bij de gemeente, bij de kapper, in een kapelletje, in een verzorgingshuis… Elke envelop bevatte de hint naar de volgende vindplek. Uiteindelijk zou je dan moeten uitkomen bij de pastorie in Lindenheuvel. De ene groep was natuurlijk was sneller dan de ander… En één groep lukte het niet om de tweede envelop te vinden op het kerkhof. Welke groep dat was? U raadt het al, dat waren de ……
Allemaal terug op de pastorie was het tijd om te eten. Met de kapelaan was ik ondertussen aan het koken begonnen. Er moest een flinke ketel soep worden gemaakt. En even later kwamen de begeleidsters van de misdienaars helpen met de broodjes hamburger. Nee, frieten mag niet meer. Vroeger bakte ik ordinair frieten, frikadellen en kroketten, maar men verzekerde mij dat dat te ongezond was. Ja, ze hebben gelijk. Dus nu nemen we een mooie hamburger met veel ketchup!
En dan snel naar de film: voor de kleineren zotropolis deze keer en de ouderen??? Dat weet ik niet meer. Dat laat ik aan de kapelaan over. Die weet met zijn netflix wel een film tevoorschijn te toveren die de jongeren aanspreekt. Ik heb ze in ieder geval tot na negenen niet meer gehoord. Want officieel eindigt het programma om negen uur. De pappa’s en mamma’s komen hun kroost weer halen. En wij halen met z’n allen opgelucht adem. Weer overleefd! En het was leuk! Volgend jaar Kerst bedenken we weer wat nieuws.

Bedevaart naar Rome

Weer terug naar huis. Ik zit in het vliegtuig. Om me heen allemaal tevreden pelgrims, in ieder geval dat is mijn indruk. “Wat een mooie week hebben we gehad!” Meerdere malen was dat te horen de laatste dag. “Wel vermoeiend.” Ja, dat ook inderdaad.
Zo’n paar dagen achter een gids aansjokken, de ene na de andere
prachtige bezienswaardigheid aanschouwen, en een programma  dat
vier dagen non stop doorging zonder echt vrije tijd… ja, dat is wel
vermoeiend. Tel daar bij op dat de gemiddelde leeftijd is van onze
bekende kerkgangers in Nederland… Dan bewonder ik het
uithoudingsvermogen van menigeen. Maar als de bedevaart goed gaat, als
de vieringen en de rondleidingen aanspreken en het hart raken, dan is
men goed in staat om over enige hindernissen heen te stappen.

Hoogtepunt was natuurlijk de ontmoeting met de paus. Op
dinsdagmorgen gingen alle aanwezige Nederlandse pelgrims (ongeveer
drieduizend) door de heilige deur. Daartoe werd een wandeltraject
afgelegd van de Engelenburcht tot in de Sint Pieter. Voor ons probeerde
een groep Friezen ook hier en daar wat te bidden, althans dat poogde de
priester. Met wisselend succes. Toen ze mijn vriend Roderick Vonhögen
langs het hek zagen staan met de camera werd de stemming al helemaal
een en al vrolijkheid. Daar achter kwamen de Limburgers: Onze Vader die
in de hemel zijt, uw Naam… Weest gegroet Maria… Maar ook dat werd
door Roderick vastgelegd. En onze pelgrims waardeerden de serene
biddende sfeer. Bewust stapte men door de heilige deur. Hart en ziel
werden geraakt. En Roderick vertelde me daarna ook: dat is toch maar
goed dat jullie dat in Limburg nog voor elkaar krijgen. Sommige dingen
moet je niet vragen maar doen en dan merk je waarom het goed
is.

Daarna de heilige Mis met zo’n beetje alle bisschoppen van Nederland.
Zelf kwam ik als concelebrant op de laatste rij terecht, net op het hoekje zowat
als laatste concelebrant. Erg tevreden met de plaats was ik niet maar ik
had wel goed zicht op de ambo en op de mensen in de kerk. En toen de
paus kwam was ik niet meer zo ontevreden. Goed, een hand heb ik niet
kunnen geven, dat was weggelegd voor de eerste rij. Maar de paus ging
vlak bij mij langs, ging zitten op een afstand van vijf meter, spreken
aan de ambo vlak voor mijn neus. Natuurlijk haalde ik mijn iPhone
tevoorschijn…. een foto. En wie denkt dat hoort een concelebrant niet
te doen! Bedenk dan maar dat de Mis al was afgelopen, dus voelde ik geen
enkele schroom.

Woensdag een dag later was er de algemene audiëntie met
de paus. Voor vele pelgrims de gelegenheid dat ook zij de paus van
dichtbij konden zien. Een verrassend mooie catechese, al kun je
stellen dat dit bij deze paus niet verrassend is. Het heilige jaar gaat
ten einde, maar de barmhartigheid niet! Niet die van God, en zo – hopen
we- niet die van ons.

Op de laatste dag bij de afsluitende eucharistieviering mocht ik preken.
Wanneer een bedevaart zo goed loopt, lijkt ook preken gemakkelijker. We
gaan naar huis, anders dan we gekomen zijn. De barmhartigheid heeft ons
in vele facetten geraakt. We zijn van de barmhartige God geworden. hoe
mooi is dat!