kerkproeverij

Het wordt spannend. Hoeveel ‘gasten’ zullen er komen. De afgelopen weken hebben we veel reclame gemaakt voor onze kerkproeverij. Op het einde van elke mis heb ik er iets over gezegd. Telkens iets anders. En ook vaker na de mis, was er kort een een gesprekje. Er is wel een positieve houding te bemerken. Parochianen vragen om nog een uitnodigingskaart of vragen waar ze de kaart moeten inleveren. (Dat laatste trouwens niet doen, de kaart is voor de genodigde!) Ik weet het niet beter te omschrijven dan dat de parochies eraan toe zijn om zo’n actie te ondernemen.
Dat geeft mij een groot gevoel van blijdschap of tevredenheid van binnen. Begin dit jaar waren het ook parochianen die mij attent maakte op dit landelijk initiatief en ook de suggestie gaven ‘Waarom doen wij daar niet aan mee?’ Maar lang hoefde ik daar niet over na te denken. Een parochie die in de toekomstgesprekken aangeeft naar buiten te willen treden, gastvrij te willen zijn, uitstraling te willen hebben, kan toch niet nee zeggen. Het was vervolgens ook niet moeilijk om enkele mensen te vinden die de actie wilden gaan uitwerken en dragen. Dat plan van hen voeren wij nu uit. En een tijdje terug keek ik eens op de website om te zien welke kerken allemaal meedoen. Opvallend rustig is het dan in de katholieke kerk in Limburg. Ook nu – vandaag nog eens gecheckt – is er nog relatief weinig activiteit. Maar Geleen doet mee en spant zich in om er iets van te maken. Ja, ik ben zelfs een beetje trots.
Eén minpuntje: dat betreft mij zelf! In het bewuste weekend ben ik er zelf niet bij. Ik moet helaas naar Lourdes. Zo zou ik normaal een bedevaart naar Lourdes nooit omschrijven, maar dit jaar wel. Ik kan niet meemaken wat het weekend zal brengen. Komen er veel? Ach, de oogst is altijd iets van de Heer zelf. Maar de inspanningen die wij ervoor gedaan hebben, zullen zich altijd op een of andere manier uitbetalen, links of rechtsom. En één ding beloof ik: in Lourdes ga ik preken over de kerkproeverij.

Kerken in de vakantie

De vakantie is altijd een gelegenheid om kerken te bezoeken. Wie doet het niet! De gebouwen ademen geschiedenis en de ziel van een volk of een stad of een dorp. Niks mooiers om even die wereld binnen te stappen. Velen steken zo ook wel eens een kaarsje op. Heel eerlijk: zo’n grote kaarsen stoker ben ik niet. En als ik een kaars opsteek is dat vaak ‘in opdracht’. Maar dit jaar heb ik het wel gedaan! Een mooie grote kaars in een eenvoudige maar mooie oude kerk in Clermont-Ferrand. De pelgrims van Santiago kwamen daar de stad binnen, het was hun kleine mini-bedevaartje op de grote bedevaat naar Compostella. Met die pelgrims van eeuwen voelde ik me wel verbonden en biddend dat mijn weg met God een mooie en zinvolle mag zijn, werd een kaars opgestoken bij Maria in de crypte.
En in Clermont-Ferrand was natuurlijk de grote imposante kathedraal te bezoeken. Een wat donkere kerk opgetrokken uit de plaatselijke donkere vulkanische steen. De ontelbare glas-in-lood-ramen kwamen nog meer tot hun recht. Die waren werkelijk indrukwekkend, zowel de oude als de nieuwe.
Maar kerken in de vakantie is niet compleet zonder een zondagse mis ergens ter plaatse. Niets mooiers dan de lokale Kerk binnenstappen en zien hoe zij hun zondag en hun zondagse mis beleven. Met mijn collega’s waren we neergestreken in Châteaumeillant. Twee besloten te concelebreren, twee gingen gewoon in de bank zitten. Het koortje wat volkszangliederen zong was nog aan het repeteren en de kleine banken in het middenschip vulden zich goed met een zeer gemêleerd gezelschap van jong en oud. Ook de nodige jonge gezinnen zaterdag er. Om precies 11.15 uur begon de viering en meteen viel me die Franse volkszang op die zo makkelijk is mee te zingen met toch hele mooie toepasselijke teksten en melodieën. De Franse Kerk is daar altijd sterk in. Meneer pastoor kwam binnen – een wat oudere man – geflankeerd met enkele misdienaars. Ze hadden het postuur van uitsmijters bij de discotheek en even later bleek ook wel dat zij zich als zodanig over het priesterkoor bewogen: doeltreffend maar nou niet meteen met een waardig pas en houding. Trouw voerden ze uit wat de pastoor hen commandeerde. De bodyguards van pastoor! De mis bleek in dit conservatieve deel van Frankrijk van de ene kant keurig de liturgie van de huidige tijd te volgen, maar was tegelijkertijd doorspekt met rituelen en devotie uit de oude tijd. In alles was de hand van de pastoor duidelijk aanwezig, mijn collega’s kwamen er ook verder niet aan te pas. Een zeer, zeer langzame en vrome consecratie, de meisjesmisdienaars die niet op het eigenlijke priesterkoor mochten komen: het was bijzonder om mee te maken. En tot mijn verbazing kwamen na de communie ineens allerlei kinderen uit de kerk naar het priesterkoor en kwamen rond meneer pastoor zitten. die had zich ondertussen al de gitaar omgedaan en begon een liedje te zingen. Liedje afgelopen, kinderen gingen meteen weer terug. Was dat nu voor de kinderen of moest pastoor laten zien dat hij gitaar kon spelen?? Ik weet het niet. Toch vind ik zulke ervaringen altijd goed om weer mee te maken. Je moet je eigen kerk altijd relativeren door te kijken hoe anderen en andere priester hun geloof en hun liturgie beleven. Want al kijken wij er misschien met enige verbazing naar, de gemeenschap daar leek wel erg in zijn sas te zijn met deze pastoor.
Kerken in de vakantie! Het gaat dan niet alleen om de kerkgebouwen maar ook en vooral om de ontmoeting met de kerkgemeenschap aldaar. Je voelt ook op een concrete manier dat je tot een wereldkerk behoort, want je merkt ook: je bent van harte welkom en men is blij met je bezoek.

Verborgen pareltje

De drukke dagen van Pasen liggen weer achter ons. Liturgisch, kerkelijk en spiritueel is het paastriduüm het absolute hoogtepunt van het jaar. Donderdagavond begint het met het Laatste Avondmaal en de voetwassing; vrijdag gaat het verder met het passieverhaal en de kruishulde; zaterdag komt de climax met de lichtviering, de wake, de hernieuwing van het doopsel en de eucharistie. Niet iedereen is een liefhebber. Ofschoon de meest bijzondere vieringen in het jaar, zijn ze niet het meest bezocht. Ze duren ook allemaal net wat langer en blijkbaar moet je een beetje liefhebber zijn of een zekere overtuiging om deze vieringen te kunnen waarderen. Maar wie komt – en dat is uiteindelijk best een aardige groep – is er zeer blij mee.
Maar voordat dit hoogtepunt van het liturgisch jaar gaat beginnen is er nog één andere bijzondere eucharistieviering, nog meer verborgen, nog meer onbekend: de chrismamis. Als de veertigdagentijd erop zit en iedereen klaar is voor het grote paasfeest, komt men bij elkaar in de kathedraal van Roermond om samen met de bisschop de chrismamis te vieren. Dus in het hele bisdom is er op dat moment maar één mis. Zoveel mogelijk priesters gaan er naar toe, maar ook veel andere belangstellenden en met name kerkbestuursleden en mensen die zich op bijzondere wijze pastoraal in de parochies inzetten. De kathedraal is dus wel vol. In ons bisdom is het op de woensdagavond in de Goede Week. Op andere plaatsen doet men het vaak op Witte Donderdag ’s morgens. Maar hoe dan ook: ‘het hele bisdom’ komt bij elkaar.
De bisschop wijdt de nieuwe oliën die dat jaar zullen worden gebruikt: de ziekenolie, de geloofsleerlingenolie en de belangrijkste het heilig chrisma (vandaar de naam). Maar de priesters vernieuwen tevens ten overstaan van de bisschop hun beloften van de priesterwijding. Zoals wij als gelovigen in de paasnacht onze doopbeloften hernieuwen, zo dus de priesters voorafgaand aan de belangrijkste liturgische viering die ze dit jaar zullen vieren. Een mooi moment. Reden waarom men achteraf elkaar feliciteert.
Ook dit jaar waren er weer heel wat priesters in de kathedraal. Het was ook de laatste keer met mgr. Wiertz als onze bisschop. Maar er waren ook heel wat parochianen uit Geleen. Ik wist niet precies hoeveel maar mijn schatting toen ik in de kathedraal rondkeek was dat er toch zeker wel een vijftien er waren. Na afloop halen zij ook de oliën af om ze mee te nemen naar hun eigen parochie. Toen na afloop een collega-priester zei dat hij snel wilde aansluiten in de rij om die oliën af te halen, kon ik enigszins trots melden dat ‘wij in Geleen’, dat de parochianen zelf dit afhalen voor hun parochie. Zo, zei hij, zijn er een paar meegekomen? Ja, kon ik weer trots melden, zeker wel een vijftien, schat ik zo. Dat is wel veel, was het antwoord. Weer boven in de kerk, sprak ik een van de parochianen. Die had toevallig geteld hoeveel er uit Geleen meegekomen waren: vijfentwintig. Ik kon het toen niet nalaten om naar mijn collega toe te stappen en te zeggen: geen vijftien maar vijfentwintig.
Ik was zelf wel verbaasd over zo’n respectabel aantal. Er is geen echte reclame voor gemaakt. Maar het blijkt dat ieder die zo eens een jaar meemaakt, graag terugkomt bij deze heel aparte viering. Er zijn in Geleen heel wat gelovigen die daar dus ‘gevoel’ voor hebben. Dat verheugt mij. En toen twee dagen later een andere parochiaan zei dat hij niet wist dat hij daar naar toe kon – “Kunnen ook gewone mensen naar die viering?”… Natuurlijk, een verborgen pareltje, maar wie deze wil ontdekken moet dat zeker eens doen!

Aswoensdag

De veertigdagentijd is gestart. Zoals velen misschien naar de carnaval uitkijken, zo kijken we in de kerk uit naar de vastentijd. Een exercitie naar Pasen toe. Een mooie tijd van diepgang, bewustwording, bekering en terugkeer. En het start op aswoensdag.
Er is iets merkwaardigs met aswoensdag in ons hoofd. Dat askruisje heeft op een voor mij onverklaarbare wijze toch iets aantrekkelijks. Zeg nu eerlijk: wat is er nu zo mooi aan om je te laten betekenen met deze smurrie van as en water? Het zegt dat je een zondaar bent! een boeteling! Dat je sterfelijk bent! Een klein nietig wezen in het grote universum! Dat zijn bepaald niet de ideeën waar we in deze tijd van in vervoering raken. Toch zijn de kerken best aardig gevuld. Na alle carnavalsdrukte was de ochtendmis in Oud-Geleen redelijk bezet. Het ging richting een zondagsviering. ’s Avonds in Lutterade puilde de dagkapel uit, sommigen stonden buiten. En in Lindenheuvel weten we al jaren dat de kerk goed bezet is en dat we daar ook de aswoensdagviering niet te snel moeten opgeven. En tussendoor op die dag hebben we alle verzorgingshuizen gehad en een viering voor de communicanten waar ondanks de vakantie bijna de helft komt opdagen. Nee, over de belangstelling op aswoensdag hebben we geen klagen.
Als ik dat vergelijk met andere bijzondere dagen door de week! Voor de viering van Allerheiligen door de week krijg ik geen dagkapel van Lutterade vol… voor heel Geleen! Witte Donderdag en zelfs Goede Vrijdag ’s avonds… zeer matig bezet. Maria ten hemel opneming? Echt niet zoveel! Hemelvaart? Dan denk ik altijd dat iedereen op vakantie is of wandelen. Op al die dagen is 1 viering voor heel Geleen ruim genoeg. Maar op aswoensdag zijn drie viering geen overbodige luxe!
Wat mooi! Alhoewel ik het niet kan verklaren, is het een mooi teken dat vastentijd, bezinning, bekering blijkbaar iets zijn wat wij nodig hebben. En we durven dat ook te erkennen. Misschien wordt hier iets heel diep menselijks geraakt. Want ook in onze samenleving zie je dat vormen van vastentijd en bedieningstijd steeds populairder worden in allerlei vormen. Nee, niet religieus of christelijk. Het zijn vooral exercities om ‘jezelf te vinden’. Interessant. Ofschoon wij in onze christelijke traditie dit niet zullen ontkennen is de insteek die wij nu juist zoeken om ‘de ander/Ander te vinden’! O ja, dat vind je ook jezelf, dat weten we maar al te goed. Je komt jezelf zelfs tegen! Maar is het juist niet een weldaad om de ander/Ander eens te vinden met nieuwe ogen.
Ik ben benieuwd hoe ook de komende jaren ons omgaan met aswoensdag en vastentijd zich zal ontwikkelen. Wordt het echt de herontdekking van een oude traditie of zal blijken dat het alleen folklore of nostalgie is? Laten we hopen het laatste. De tekens daarvoor zijn positief!

Kerstmis met de misdienaars

Ieder jaar is het vaste prik! Na de drukke dagen van Kerstmis gooit het pastoraal team zich in de bocht om een mooie middag en avond voor de misdienaars te organiseren. Dit jaar op derde kerstdag 27 december. Misdienaars die al wat langer meegaan kennen het globale programma wel: een activiteit (het liefst met een thematiek van Kerstmis), een heilige Mis, samen eten en film kijken. De traditie is begonnen toen ik het eerste of tweede jaar in Lindenheuvel was. Met de tijd groeide het aantal parochies, maar gelukkig kunnen niet alle misdienaars op zo’n dag. De pastorie zou te klein zijn. En altijd weer wat nieuws bedenken.
Wat ebben we dit jaar gedaan? De groep werd in vijven gesplitst: kamelen, ezeltjes, ossen, schapen en herdershonden! Zo ingedeeld dat elke groep in één auto past. Toen naar de zusters aan de Molenstraat. Het paste net allemaal in de kapel. Samen met de zusters de mis vieren. Een enkele zuster zat zelfs in het gangetje naar de kapel toe! Maar even de zusters voorstellen en toen samen zingen, bidden… Dat was mooi. En de lieve zusters hadden voor na de mis al iets klaargezet voor de misdienaars. Nog sabbelend op een chocolaatje werd het spel uitgelegd. Een kerstverhaal was in zes stukken geknipt, in een envelop gedaan en de enveloppen waren door heel Geleen op verborgen plekken neergelegd. Bij de Hema, bij de gemeente, bij de kapper, in een kapelletje, in een verzorgingshuis… Elke envelop bevatte de hint naar de volgende vindplek. Uiteindelijk zou je dan moeten uitkomen bij de pastorie in Lindenheuvel. De ene groep was natuurlijk was sneller dan de ander… En één groep lukte het niet om de tweede envelop te vinden op het kerkhof. Welke groep dat was? U raadt het al, dat waren de ……
Allemaal terug op de pastorie was het tijd om te eten. Met de kapelaan was ik ondertussen aan het koken begonnen. Er moest een flinke ketel soep worden gemaakt. En even later kwamen de begeleidsters van de misdienaars helpen met de broodjes hamburger. Nee, frieten mag niet meer. Vroeger bakte ik ordinair frieten, frikadellen en kroketten, maar men verzekerde mij dat dat te ongezond was. Ja, ze hebben gelijk. Dus nu nemen we een mooie hamburger met veel ketchup!
En dan snel naar de film: voor de kleineren zotropolis deze keer en de ouderen??? Dat weet ik niet meer. Dat laat ik aan de kapelaan over. Die weet met zijn netflix wel een film tevoorschijn te toveren die de jongeren aanspreekt. Ik heb ze in ieder geval tot na negenen niet meer gehoord. Want officieel eindigt het programma om negen uur. De pappa’s en mamma’s komen hun kroost weer halen. En wij halen met z’n allen opgelucht adem. Weer overleefd! En het was leuk! Volgend jaar Kerst bedenken we weer wat nieuws.

Bedevaart naar Rome

Weer terug naar huis. Ik zit in het vliegtuig. Om me heen allemaal tevreden pelgrims, in ieder geval dat is mijn indruk. “Wat een mooie week hebben we gehad!” Meerdere malen was dat te horen de laatste dag. “Wel vermoeiend.” Ja, dat ook inderdaad.
Zo’n paar dagen achter een gids aansjokken, de ene na de andere
prachtige bezienswaardigheid aanschouwen, en een programma  dat
vier dagen non stop doorging zonder echt vrije tijd… ja, dat is wel
vermoeiend. Tel daar bij op dat de gemiddelde leeftijd is van onze
bekende kerkgangers in Nederland… Dan bewonder ik het
uithoudingsvermogen van menigeen. Maar als de bedevaart goed gaat, als
de vieringen en de rondleidingen aanspreken en het hart raken, dan is
men goed in staat om over enige hindernissen heen te stappen.

Hoogtepunt was natuurlijk de ontmoeting met de paus. Op
dinsdagmorgen gingen alle aanwezige Nederlandse pelgrims (ongeveer
drieduizend) door de heilige deur. Daartoe werd een wandeltraject
afgelegd van de Engelenburcht tot in de Sint Pieter. Voor ons probeerde
een groep Friezen ook hier en daar wat te bidden, althans dat poogde de
priester. Met wisselend succes. Toen ze mijn vriend Roderick Vonhögen
langs het hek zagen staan met de camera werd de stemming al helemaal
een en al vrolijkheid. Daar achter kwamen de Limburgers: Onze Vader die
in de hemel zijt, uw Naam… Weest gegroet Maria… Maar ook dat werd
door Roderick vastgelegd. En onze pelgrims waardeerden de serene
biddende sfeer. Bewust stapte men door de heilige deur. Hart en ziel
werden geraakt. En Roderick vertelde me daarna ook: dat is toch maar
goed dat jullie dat in Limburg nog voor elkaar krijgen. Sommige dingen
moet je niet vragen maar doen en dan merk je waarom het goed
is.

Daarna de heilige Mis met zo’n beetje alle bisschoppen van Nederland.
Zelf kwam ik als concelebrant op de laatste rij terecht, net op het hoekje zowat
als laatste concelebrant. Erg tevreden met de plaats was ik niet maar ik
had wel goed zicht op de ambo en op de mensen in de kerk. En toen de
paus kwam was ik niet meer zo ontevreden. Goed, een hand heb ik niet
kunnen geven, dat was weggelegd voor de eerste rij. Maar de paus ging
vlak bij mij langs, ging zitten op een afstand van vijf meter, spreken
aan de ambo vlak voor mijn neus. Natuurlijk haalde ik mijn iPhone
tevoorschijn…. een foto. En wie denkt dat hoort een concelebrant niet
te doen! Bedenk dan maar dat de Mis al was afgelopen, dus voelde ik geen
enkele schroom.

Woensdag een dag later was er de algemene audiëntie met
de paus. Voor vele pelgrims de gelegenheid dat ook zij de paus van
dichtbij konden zien. Een verrassend mooie catechese, al kun je
stellen dat dit bij deze paus niet verrassend is. Het heilige jaar gaat
ten einde, maar de barmhartigheid niet! Niet die van God, en zo – hopen
we- niet die van ons.

Op de laatste dag bij de afsluitende eucharistieviering mocht ik preken.
Wanneer een bedevaart zo goed loopt, lijkt ook preken gemakkelijker. We
gaan naar huis, anders dan we gekomen zijn. De barmhartigheid heeft ons
in vele facetten geraakt. We zijn van de barmhartige God geworden. hoe
mooi is dat!

Bijbelkennis

Ieder jaar organiseert de EO een bijbelquiz. Er is nog altijd veel belangstelling voor de bijbel en waardering. Nu pas is de bijbel door de Nederlanders tot het belangrijkste boek uitgeroepen. Dat is opvallend in een seculariserend land als Nederland. Maar blijkbaar is de groep gelovigen die meedoet met dergelijke verkiezingen dermate groot dat zij andere uitdagers zoals Tolkien met “In de ban van de ring” (waar ik trouwens ook een enorme fan van ben) achter een boek van tweeduizend jaar houdt. Naar mijn vermoeden zijn dat vooral protestanten. Mede door hun traditie tonen zij een grotere en actieve liefde voor de heilige Schrift dan de doorsnee katholiek.
Soms ontstaat het beeld dat katholieken maar weinig met de bijbel doen. Ja, aan die indruk werken ze zelf af en toe. Als ik wel eens bij koren de suggestie opper om meer psalmen te zingen. Enthousiasme zie je dan niet meteen. In de beleving lijkt het niet te passen bij de katholieke koortraditie. Dat is gregoriaans. Wij zingen liever gregoriaans, roept een enkele koorzanger dan ook wel eens. En wat is gregoriaans dan? roep ik steevast terug. Vrijwel alleen bijbelteksten en bijna altijd psalmen… Ja, als je de katholieke liturgie gaat bekijken dan kom je tot de voor velen verrassende conclusie dat deze zeer bijbels is. De lezingen, de gebeden, de gezangen, antifonen… De vespers, lauden, completen met al zijn psalmen… altijd gebaseerd en geïnspireerd door de bijbel. De liturgie kun je de praktische of levende verwerking noemen van het bijbels erfgoed. Zonder het te weten is onze geloofsbeleving veel bijbelser dan men denkt. Een cabaretier heeft dan ook eens gezegd: “Ze zeggen wel eens dat de protestanten de bijbel beter kennen. Dat is ook zo. Maar de katholieken begrijpen hem beter!” In die opmerking zit veel waarheid. Ik denk dat het zo wel is. Het gaat er per slot van rekening niet om dat je allerlei feitjes en weetjes uit de bijbel weet te reproduceren, maar dat het je bidden en omgaan met God kleurt. Een katholiek zou misschien wel beter mogen beseffen dat dit wel het geval is in de katholieke traditie.
En bijbelkennis? Hoe zit het daar mee? Elk jaar onderwerp ik mij aan de bijbelquiz en ben ik benieuwd hoe mijn score is. Naast de ergernis over belachelijke vragen zoals hoeveel vrouwen Salomo heeft gehad, kom ik er nog altijd redelijk uit. Meestal is de score wel in de 90 procent. Leuk tijdverdrijf voor even. En dit jaar vond ik de score hier en daar wat minder. Toch meer bijbel lezen? Meer naar de bijbel leven is belangrijker. Maar het eerste is zeker geen straf. Hopelijk dat we ook in de kerk nog wat bijbelser kunnen gaan zingen!
Pastoor Harry Quaedvlieg

Kinderwoorddienst

Elke zondag zie ik ze zitten in de eucharistieviering van de Auguustinusparochie: twee dames die de kinderwoorddienst hebben voorbereid.
Menige keer is er geen kind in de kerk. Of beter gezegd: er is nog wel een enkel kind in de kerk maar dat wordt niet door de ouders gestimuleerd om op te staan en mee te gaan voor de kinderwoorddienst. Toch hebben ze voorbereid, zoals elke week!

Volhouden of toch maar stoppen? De dames zelf willen volhouden!

Zo af en toe vragen wij de ouders van bijvoorbeeld communicanten wat wij voor hen kunnen betekenen. Volgens mij hoor je dan steevast dat kinderwoorddienst een enorme stimulans zou betekenen. Tja, ik ben zelf misschien al een te doorgewinterde speler in dit spel. Ik geloof niet veel van zulke opmerking en denk dat dit meer een poging is om een goed en acceptabel antwoord te geven naar ons dan dat daar een werkelijke behoefte
achter schuilt. Helaas, ik zou het anders wens, maar ik vermoed dat zo momenteel de vork in de steel zit. En kinderwoorddienst ofwel kindernevendienst is iets wat ‘men’ nog kent. Men had evengoed gezinsmis kunnen roepen.
Waarschijnlijk met evenveel resultaat.

Ondanks mijn scepsis besloot de werkgroep jeugd de uitdaging aan te nemen en elke week kinderwoorddienst te gaan verzorgen. Als je het doet, doe je het goed. Dan moeten mensen er ook niet lang over nadenken waar en wanneer? Het moet duidelijk zijn: altijd op dezelfde plaats, altijd op dezelfde tijd. En het dient natuurlijk ook goed voorbereid te zijn. En daar zit verrassenderwijs toch het grootste resultaat. De dames gaan aan de slag en zijn erg opgetogen over het feit dat ze de lezingen van zo’n zondag op een andere intensieve manier tot zich kunnen nemen. Ja, blijkbaar geeft het zoveel voldoening en vreugde dat het feit dat er maar weinig of geen kinderen komen, niet boeit.
Toen ik op een bepaald ogenblik suggereerde dat we er ook mee konden stoppen, was het antwoord duidelijk nee. En in die voorbereiding zat de reden.

Heel, heel langzaam groeit het jeugdwerk in onze parochies.
Hopelijk groeit ook de belangstelling voor de kinderwoorddienst. Zoals altijd ligt het probleem hier niet bij de kinderen, maar bij de ouders of grootouders zelf. “Dao vund dae van ôs niks aan”, weten ze van tevoren al!! En ondertussen zitten er elke week twee dames vooraan in de Augustinuskerk, als een getuigenis… uit liefde voor de kinderen, uit liefde voor de heilige Schrift.
Ik bewonder ze! En ik weet zeker dat dit dienstbetoon hen genade zal brengen.

Pastoor Harry Quaedvlieg